In spreekkamers door het hele land signaleren zorgprofessionals een herkenbaar patroon: patiënten met ogenschijnlijk goede medische waarden, zonder duidelijke diagnose, die zich toch moe, leeg, gespannen of richtingloos voelen. Wat eerst vaak onder de noemer ‘onbegrepen klachten’ viel, blijkt in toenemende mate samen te hangen met een onderliggende zingevingsvraag. En dat heeft implicaties voor hoe we gezondheid, veerkracht en zorggebruik begrijpen.
Van somatische uitsluiting naar existentiële verkenning
Huisartsen, internisten, psychologen, specialisten ouderengeneeskunde en bedrijfsartsen rapporteren vergelijkbare observaties. Wanneer pathologie ontbreekt, maar klachten aanhouden, verschuift de klinische vraag: niet alleen wat mankeert iemand, maar ook waarvoor leeft iemand en wat geeft richting en betekenis?
Dit betekent niet dat klachten ‘tussen de oren’ zitten, maar dat het biopsychosociaal model in de praktijk vaak een existentiële dimensie mist. Gebrek aan betekenis kan zich uiten in vermoeidheid, spanningsklachten, verminderde motivatie en lage veerkracht — symptomen die medisch moeilijk te objectiveren zijn, maar klinisch wel degelijk relevant.
Signalen van mogelijke ‘zingevingsmoeheid’ in de praktijk
Zorgprofessionals herkennen onder andere:
-
Aanhoudende vermoeidheid zonder duidelijke medische oorzaak
-
Verminderde motivatie ondanks stabiele gezondheid
-
Gevoelens van richtingloosheid (“Is dit het nou?”)
-
Verminderd plezier of betrokkenheid
-
Leven vanuit plicht, verwachtingen of externe druk
-
Overprikkeling en lage stressbestendigheid zonder somatische verklaring
Deze signalen worden steeds vaker gezien in consulten, zeker bij patiënten met hoge werkdruk, mantelzorgbelasting of levensfaseovergangen.
Zingeving als beschermende gezondheidsfactor
Onderzoek binnen de gezondheidspsychologie en leefstijlgeneeskunde wijst erop dat ervaren betekenis samenhangt met betere therapietrouw, meer leefstijlvolharding en minder zorgafhankelijkheid. Patiënten die opnieuw verbinding ervaren met wat voor hen waardevol is, tonen vaak meer intrinsieke motivatie en herstelvermogen.
Belangrijke bronnen van betekenis die in consulten verkend kunnen worden:
-
Verbondenheid met anderen
-
Ervaren van bijdrage of ertoe doen
-
Identiteitscongruente activiteiten of werk
-
Persoonlijke ontwikkeling
-
Natuur, spiritualiteit of creativiteit
-
Gevoel van richting en samenhang in het leven
Praktische toepassing in de behandelrelatie
Steeds meer professionals werken met korte, laagdrempelige reflectievragen. Niet als therapie, maar als klinisch instrument om autonomie en zelfonderzoek te stimuleren. Voorbeelden die in verschillende disciplines worden ingezet:
-
Energiedagboek: wat geeft energie en wat kost structureel energie?
-
Betekenismomenten: bewust tijd plannen voor wat voedt
-
Waardeverkenning: wat geeft voldoening, wat ontbreekt?
-
Grenzen stellen: stoppen met chronische energie-lekken
-
Verbinding versterken (sociaal, creatief, existentieel)
-
Reflectievraag: “Waarvoor wil je eigenlijk gezond zijn?”
Opvallend is dat één uitnodigende vraag vaak al een kantelpunt kan zijn in het consult, zonder dat de zorgprofessional hoeft te coachen of ‘oplossingen’ te bieden.
Geen extra taak, maar integrale geneeskunde
Binnen de huidige druk op de zorg wordt zingeving nog vaak gezien als een ‘extra’ gespreksonderwerp. Toch groeit het besef dat dit juist preventief en ontlastend kan werken. Wanneer patiënten meer betekenis ervaren, neemt hun veerkracht toe en verschuift de zorgvraag regelmatig van symptomatisch naar zelfregulerend.
Voor professionals in zorg en welzijn raakt dit aan de kern van persoonsgerichte zorg: gezondheid als dynamisch samenspel van lichaam, psyche en existentiële dimensie.
De vraag die daarmee steeds relevanter wordt voor het veld:
In hoeverre integreren we zingevingsvragen al systematisch in onze consultvoering en wat doet dat met uitkomsten zoals veerkracht, zorgconsumptie en ervaren kwaliteit van leven?