Van 10 tot en met 17 juni is het Neurodiversity Pride Week. Een week waarin wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor de kracht van verschillende manieren van denken.
Maar wat betekent dat eigenlijk in de praktijk?
Voor veel ouders begint het met een kind dat nét anders reageert dan verwacht. Een kind dat snel afgeleid is. Of juist stil. Een kind dat vastloopt op school, moeite heeft met veranderingen of voortdurend vragen stelt waar geen eenvoudig antwoord op lijkt te zijn.
Vaak volgt dan de zoektocht naar verklaringen. Soms ook naar een diagnose.
Maar tijdens een recente verkenning op Texel kwam steeds opnieuw een andere vraag naar voren:
“Wat heeft een kind nodig om zichzelf te begrijpen en tot bloei te komen?”
De afgelopen maanden voerde Stichting Texelgezinnen, mede mogelijk gemaakt door Rabo JongerenSupport, gesprekken met ouders, leerkrachten, welzijnsprofessionals, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen. Niet om problemen in kaart te brengen, maar om te onderzoeken wat kinderen en jongeren helpt om stevig in hun schoenen te staan.
Opvallend genoeg gingen die gesprekken al snel niet meer alleen over neurodiversiteit.
Ze gingen over vragen die eigenlijk voor ieder kind belangrijk zijn:
- Wie ben ik?
- Waar ben ik goed in?
- Wat geeft mij energie?
- Wat kost mij energie?
- Wat helpt mij als het lastig wordt?
- En bij wie kan ik terecht als ik hulp nodig heb?
Niet wachten tot het misgaat
Een veelgehoorde uitspraak van ouders en professionals is:
“We wachten nog op de uitslag.”
Begrijpelijk. Maar kinderen hoeven niet te wachten om gezien te worden.
Een kind dat druk is, zich terugtrekt, boos wordt of voortdurend grenzen opzoekt, laat vaak iets zien wat nog niet onder woorden gebracht kan worden. Achter gedrag zit bijna altijd een verhaal.
Misschien is er sprake van overprikkeling. Misschien onzekerheid. Misschien vermoeidheid. Misschien iets heel anders.
De vraag verschuift dan van:
“Wat is er mis?”
naar: “Wat heeft dit kind nodig?”
En juist die verschuiving maakt vaak het verschil.
De kracht van nieuwsgierigheid
Tijdens de gesprekken werd duidelijk hoeveel er op Texel al aanwezig is.
Betrokken ouders. Bevlogen leerkrachten. Vrijwilligers. Professionals. Mensen die verder kijken dan hun eigen rol en zich samen verantwoordelijk voelen voor kinderen en jongeren op het eiland.
Dat is een kracht die niet vanzelfsprekend is.
Juist die korte lijnen maken het mogelijk om eerder te signaleren, eerder samen te werken en eerder ondersteuning te bieden. Niet pas wanneer problemen groot zijn geworden, maar juist daarvoor.
Preventie begint vaak met iets heel eenvoudigs:
Nieuwsgierig zijn naar het verhaal achter het gedrag.
Kijk eens in mijn rugzak
Als eerste concrete opbrengst van de verkenning is het boekje “Kijk eens in mijn rugzak” ontwikkeld.
Het boekje is ontwikkeld door Marije Koelman van Grip op de Chaos. Daarbij zijn jarenlange praktijkervaring, de gesprekken uit de Texelse verkenning en inspiratie uit het werk van onder andere neurodiversiteitsexpert Saskia Schepers (Alle Breinen Leren / Alle Breinen Werken) samengebracht in een toegankelijke werkvorm voor jonge kinderen.
Het boekje nodigt kinderen, ouders en professionals uit om samen nieuwsgierig te zijn naar wat er al in de rugzak zit. Niet alleen naar wat lastig is of zwaar voelt, maar juist ook naar talenten, interesses, helpende mensen, veerkracht en dingen die energie geven.
Want een rugzak gaat niet alleen over wat een kind meedraagt.
Een rugzak gaat ook over wat een kind meebrengt.
En juist daar liggen vaak de bouwstenen voor verdere ontwikkeling.
Vanuit Schoolmaatschappelijk Werk werd bovendien de suggestie gedaan om dit te combineren met een digitale moodwall in de klas. Zo kunnen kinderen dagelijks op een laagdrempelige manier laten zien hoe het met hen gaat.
Een klein idee misschien.
Maar juist zulke kleine ideeën kunnen grote verschillen maken.
Alles in jouw rugzak mag er zijn
Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van Neurodiversity Pride Week:
Dat verschillen er mogen zijn. Dat een hoofd dat anders werkt niet minder werkt. Dat ieder kind talenten heeft. En dat kinderen niet geholpen zijn met een hokje, maar met mensen die bereid zijn om te kijken, luisteren en begrijpen.
Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde:
Dat kinderen opgroeien met vertrouwen in zichzelf, hun talenten leren kennen en weten dat ze er niet alleen voor staan.
En daarin heeft Texel misschien al iets heel bijzonders in huis:
Een gemeenschap die bereid is om samen op te trekken.
It takes an island to raise a child.
Texel heeft alles in huis.
Afzender:
Marije Koelman
Psychosociaal therapeut | Projectleider | Verbinder
Grip op de Chaos | www.gripopdechaos.nl
Stichting Texelgezinnen |
www.texelgezinnen.nl